|
Zo lang als ik meeloop in de Goudse politiek is integratie
een onderwerp van betekenis. Het glas is halfvol of halfleeg; hangt er maar
vanaf hoe je ertegenaan kijkt.
Halfleeg. Wat mij betreft, vandaag de dag, vanwege twee hete
hangijzers, die nog steeds niet op de juiste manier zijn aangevat. De eerste
betreft de positie van de islam in de Nederlandse samenleving. Het gaat niet
aan om daar vaag over te zijn met als uitleg, dat de islam geen kerk is met een
gezaghebbend opperhoofd zoals de paus. Dat geldt voor de protestanten immers
ook niet en toch is het helder dat de protestanten, uitgezonderd die van de
SGP, er niet van dromen om in Nederland een theocratie te vestigen. Zolang de
islamitische
voormannen en –vrouwen in Nederland geen helder uitsluitsel hierover geven, zal
de angst voor de islam blijven voortwoekeren.
Het tweede hete hangijzer betreft niet de Marokkaanse
probleemjongeren want ik ben ervan overtuigd dat we met het enerzijds grenzen
stellen en het anderzijds perspectief bieden op de juiste weg zijn. Het betreft
de cultuur áchter hun straatcultuur, namelijk die van het gezin: de wijze waarop
mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Vaders met hun dochters en zonen, moeders
met hun zonen en dochters, man en vrouw onderling en broer en zus onderling: in
gesprekken onder vier ogen hoor ik tot hoeveel uiteenlopende spanningen de
scheve man-vrouw relatie leidt. En wat mij dan het meeste zorgen baart, is dat
in de officiële gesprekken de noodzaak tot verandering nog steeds wordt
weggewimpeld. Op een enkele, dappere uitzondering na, wordt er naar buiten toe
hardnekkig
mooi weer gespeeld.
Daar kan ik niet in berusten. Al was het maar omwille van
mijn vroegere buurmeisje dat ruimschoots vóór haar vwo-examen werd
uitgehuwelijkt aan een neef in Duitsland, door haar vader weggeleid als een
koe.
Het glas is halfvol als ik kijk naar al die mensen van goede
wil in Gouda, die in het leven van alledag geweldig hun best doen om met elkaar
samen te leven. En die een heel eind komen. In mijn eigen, gemengde buurt werden
tien jaar geleden nog zeer lelijke dingen gezegd over ‘die buitenlanders’ maar
dat is voorbij. Etnische afkomst is totaal geen onderwerp van gesprek meer.
En ook elders in de stad, zie ik zoveel mensen die elk op
eigen wijze hun steentje bijdragen. Bijvoorbeeld de volwassenen die als mentor
jongeren begeleiden bij de overgang van basisschool naar middelbare school. Of
het maatjesproject, waarbij vrouwelijke vrijwilligers pas gearriveerde vrouwen
helpen
om onze taal snel onder de knie te krijgen en de weg te vinden in de Goudse
samenleving. Of de wijkteams, die regelmatig activiteiten organiseren waarbij
niet alleen de buurt wordt verfraaid maar ook de buren elkaar beter leren
kennen. En de mensen die straatfeesten organiseren. Enzovoorts, enzovoorts.
Per saldo is het glas voller dan halfvol: Gouda is en blijft
een tolerante stad.
|