|
Als politicus word je geacht
om standpunten te hebben over wat er gaande is en wat er moet gebeuren.
Op hoofdlijnen liggen je standpunten vast in het beginselprogramma van
je partij. De concrete uitwerking ervan beweegt mee met de actualiteit.
Dat vergt inspanning: veel lezen en veel praten met mensen in en buiten
het stadhuis. Nu eens kan ik in een gesprek argumenten uitproberen of
aanscherpen. Op andere momenten beluister ik vooral wat Den Haag over
onze ambtenaren uitstort of wat er leeft op straat en waar mensen tegenaanlopen.
Andersom ontmoet ik in de stad
vaak mensen, die van mij als politicus willen horen hoe ik tegen de
zaken aankijk. Ik ben er immers dagelijks mee bezig en ik ken de Haagse
achtergronden van veel nieuws. Ik kan daarom duiden en perspectief schetsen:
soms zijn mensen zichtbaar opgelucht als hen zo weer vaste grond onder
de voeten geboden wordt.
Ooit heb ik de vergissing gemaakt
om in mijn uitleg ironie toe te passen. Ik zei precies het tegenovergestelde
van wat ik bedoelde en tot mijn schrik had mijn gesprekspartner dat
niet door en verkeerde hij in de veronderstelling, dat ik mijn echte
standpunt verkondigde. Met veel pijn en moeite heb ik het rechtgezet
en voortaan de ironie geschrapt uit mijn repertoire.
De nieuwe partij Gouda Positief
heeft zich wat dat betreft in een onmogelijke positie gebracht door
zich met deze naam te tooien. Je kunt niet zo kritisch op de raad en
het college zijn als Gouda Positief is en tegelijkertijd met droge ogen
blijven beweren, dat je kritiek niet negatief bedoeld is. Maar je kunt
ook moeilijk politiek bedrijven zonder kritisch te zijn en negatieve
ontwikkelingen duidelijk te bestempelen.
Gouda Positief is de ironie
in levende lijve: als dat maar goed gaat!
|