Woningnood
drukt op het gemoed der sloppensocialisten. Anders dan salonsocialisten kennen
sloppensocialisten de sociale huursector van binnenuit, als bewoner.
Sloppensocialisten ervaren aan den lijve de benarde positie van de huurders in
Nederlandanno 2005 en komen daartegen
in opstand.
Analyse
Sloppensocialisten kunnen geen kant meer op.
Doorstromen naar een andere huurwoning? In 2004 zijn er opnieuw meer
huurwoningen gesloopt en verkocht dan bijgebouwd. De vraag groeit en het aanbod
krimpt.
Doorstromen naar een koopwoning? Salonsocialisten zijn eigen
woning-kapitalisten. Het is in hun voordeel, dat hun woningen op een te hoge
marktwaarde blijven staan. Daarbij veronachtzamen ze, dat sloppensocialisten
de hypotheek niet kunnen bekostigen uit de verkoop van de huidige woning.
Sloppensocialisten betalen het volle pond. Bij de huidige prijzen gaat al gauw
de helft van het inkomen op aan woonlasten. Dat is niet te doen. Steeds minder
huurders
maken daarom de overstap naar een koopwoning.
Sloppensocialisten kunnen niet meer voorwaarts. Tegelijkertijd worden
ze op de hielen gezeten door minister Dekker en de woningcorporaties die de
prijs van de huurwoningen loskoppelen van de kwaliteit en die
inkomensafhankelijke huren in rekening willen brengen.
Gegoochel met prijzen
Terwijl de markt van koopwoningen, na de dolle jaren ’90, eindelijk tot
bedaren komt en de prijzen langzaam dalen naar een niveau dat in een normale
verhouding staat tot de kwaliteit van het gebodene, heeft de minister het
tegendraadse voornemen huren extra duur te maken ‘omdat de markt erom vraagt.’
In de jaren ’90 stegen de huren harder dan de inflatie zodat de
verzelfstandigde corporaties voldoende eigen vermogen konden opbouwen. Voor de
individuele huurder stond er geen noemenswaardige verbetering van de woning
tegenover. Daarom behoren de huren te dalen nu het spaarpotje van de
corporaties tot barstens toe is gevuld.
De huurdersorganisatie die bij de jaarlijkse huurverhoging inzet op een
scherpe prijs/kwaliteits-verhouding, wordt door de corporatiedirecteur
afgescheept met bedrijfspraatjes over rentelasten en maatschappelijke
investeringen. Investeringen waar je als huurdersorganisatie nauwelijks enige
invloed op hebt.
Corporaties moeten afstappen van het waanidee, dat hun droombegrotingen
dicteren welke inkomsten uit huur er nodig is. Welke minister leert hen de
tering naar de nering te zetten en een eerlijke, infaltievolgende prijs te
vragen voor hun waar?
Stop de sloop
Overal in Nederland worden naoorlogse woonwijken aangepakt onder het
mom van “herstructurering” of “stedelijke vernieuwing.” De verkooppraatjes gaan
over ‘het verbeteren van de leefbaarheid in de buurt. Het is voor uw eigen
bestwil.’
Sloppensocialisten zijn hun goedgelovigheid kwijt. Veel huurders raken
voorgoed ontheemd. De geluksvogels die mogen terugkeren, belanden in een
nieuwbouwwoning die niet beter is dan de oude maar wel duurder:
herstructurering betekent voor hen een hoop rompslomp en een verslechtering van
de financiële situatie. Daar kan geen leefbaarheidsfranje tegenop.
Vrije huisvesting voor iedereen
Overheid en corporaties strooien naar hartelust met moreel beladen
etiketten om hun tomeloze bedilzucht op de sociale huurders te kunnen botvieren
met de meest tegenstrijdige maatregelen. Nu eens worden arme huurders geweerd
om beter gemengde buurten te krijgen, dan weer worden rijke huurders met de nek
aangekeken omdat ze ‘scheefwonen’ en is het nodig, dat ze twee keer zoveel gaan
betalen als hun buurman. Welke huurder voelt zich nog welkom?
Alle huurders worden beknot in hun bewegingsvrijheid, zitten opgesloten
binnen de grenzen van het gebied van woonruimteverdeling waarin zij toevallig
wonen.
Sloppensocialisten zijn het beu. Vrije huisvesting voor iedereen.
Huisvesting van het volk door het volk
Overheid, corporaties en bouwondernemers slagen er al jaren niet meer
in om voldoende fatsoenlijke huizen te bouwen tegen een betaalbare prijs.
Woonconsumenten moeten nu zelf de kans krijgen om huisvesting te realiseren:
ruim baan voor het particulier opdrachtgeverschap. Ook voor mensen met een
klein inkomen: collectief opdrachtgeverschap. In tegenstelling tot corporaties
herinneren sloppensocialisten zich de kracht van solidariteit en samenwerking.
De wetgever moet die kracht ruim baan geven.
Zeggenschap in eigen buurt.
Gemeente en corporaties besluiten voor ons, over ons, zonder ons bij
het maken van prestatieafspraken. Niet alleen huurders staan grotendeels
buitenspel; ook voor kopers vannieuwbouwwoningen geldt meestal: slikken of stikken.
Huurders en eigenaren/kopers hebben verschillende belangen en kunnen
gemakkelijk tegen elkaar worden uitgespeeld. Maar huurders en eigenaren/kopers
hebben ook gelijke belangen. Bijvoorbeeld als het gaat om de woonomgeving of om
de toekomstige samenstelling van de woningvoorraad. Om bewoners in de
gelegenheid te stellen hun belangen goed te behartigen en weerwerk te bieden
aan overheid, corporaties en bouwondernemers bepleiten sloppensocialisten de
oprichting van regionale woonconsumentenplatforms.
Agenda der
sloppensocialisten
Een goede kwaliteit van huurwoningen tegen kostprijs
Daarom nu eerst
prijsverlagingen om dat te bereiken
En daarna een
inflatievolgend huurbeleid
Een objectief
meetinstrument om de kwaliteit van woningen te bepalen
Vrije
huisvesting voor iedereen
Recht op
zelfbouw
Meer
bouwlokaties
Zeggenschap in
de eigen buurt
Oprichting van
regionale woonconsumentenplatforms
Uitbreiding van
het adviesrecht van huurders: geen prestatieafspraken tussen corporatie en
gemeente zonder inbreng van de huurdersorganisatie