Middelgrote gemeenten dansen op de rand van
de afgrond. Het rijk houdt deze situatie in stand bij gebrek aan beleid. Het
PvdA raadslid Anita Engbers pleit voor verlossende helderheid op het terrein
van de ruimtelijke ordening.
Gouda. Historische binnenstad. Prachtig stadhuis. De langste kerk van
Nederland met bijzonder mooie glas-in-lood-ramen. Kaas, kaarsen, stroopwafels
en aarderwerken pijpen. Zo kent de toerist mijn stad.
Als woordvoerder ruimtelijke ordening kenschets ik Gouda als een
middelgrote stad. Iets meer dan zeventigduizend mensen. Nog geen vier bij vijf
kilometer groot. De bebouwde kom raakt aan de noord-, oost- en zuidzijde net
niet de gemeentegrens. Aan de westzijde is de nieuwbouwwijk Westergouwe
gepland.
Meer dan twee decennia is er over deze wijk gesteggeld. Lange tijd zat
er, vanwege de ligging in het Groene Hart, een zogenaamd dubbel slot op Gouda:
slechts een beperkt aantal nieuwbouwwoningen was toegestaan en dat aantal mocht
niet worden neergezet buiten de bestaande bebouwde kom. De gemeente reageerde
hierop door dan maar helemaal niet te bouwen en de contingenten op te sparen
voor later, als Westergouwe groen licht zou krijgen.
Dit leidde ertoe dat in 1994 de naoorlogse bevolkingsgroei sterk begon
te vertragen en er in volgende jaren soms zelfs een daling van het
inwoneraantal optrad. De vergrijzing speelde daarbij geen rol: steevast lagen
de geboortecijfers hoger dan de sterftecijfers. De bevolkingsgroei stagneerde
of daalde omdat er meer mensen uit Gouda wegtrokken dan zich er vestigden.
Vooral gezinnen met jonge kinderen weken uit, de mensen die het meest bijdragen
aan de economische slagkracht van een stad.
Vanuit Den Haag krijgen we geen hulp. Den Haag vindt het belangrijk om
een visie te hebben op de toekomst van het platteland en daar beleid voor te
ontwikkelen. Den Haag vindt het ook belangrijk om extra te investeren in een
dertigtal grote steden. Maar regering en Tweede Kamer hebben geen enkele visie
op de middelgrote steden en ervaren de ontstentenis van beleid niet eens als
een verzuim. Jorwerd mag met man en macht proberen om God terug te lokken; zijn
vertrek uit Gouda wordt opgemerkt nocht voorkomen.
Een concreet voorbeeld kan verduidelijken hoe deze houding de
middelgrote steden naar de rand van de afgrond drijft. In Den Haag leven
plannen om voor de 56 aandachtswijken in de 30 grote steden de
overdrachtsbelasting voor starters af te schaffen. Fijn voor die wijken maar
het verslechtert de relatieve positie van een stad als Gouda: het stimuleert de
uittocht van onze bevolking.
Ik pleit ervoor om de middelgrote steden te bevrijden uit het
beleidsmatige niemandsland en om voortaan op het terrein van de ruimtelijke
ordening terug te keren naar een tweedeling die sinds de middeleeuwen bestaat:
stad en platteland. Ik pleit, in lijn hiermee, tot omvorming van het Grote
Stedenbeleid in Stedenbeleid.