Al sinds Dit land kan zoveel beter loopt ze rond
met de gedachte dat Wouter Bos – en in zijn kielzog de PvdA – de blanke
sappelaar te veel over het hoofd ziet. Ze schreef hem er een brief over, maar
kreeg nooit een reactie. Daarna stelde ze op een partijbijeenkomst aan de kaak
dat we bij het nadenken over de combinatie van werk-gezin te veel uitgaan van
onszelf: hoogopgeleide, goed verdienende paren. Anita Engbers legt uit waarom
ze dat vindt en wat daar zo verkeerd aan is.
Niet alle achterstand is allochtoon en niet
alle allochtonen hebben achterstand.
In Dit land kan zoveel beter schrijft Wouter Bos: “De
nettobetalers van de solidariteit zijn onevenredig autochtoon en de
netto-ontvangers onevenredig allochtoon. Het eind van het liedje is dat – ik
chargeer – op een dag de blanke belastingbetalende middenklasser zich zal
afvragen voor wie hij eigenlijk belasting en premies betaalt en of hij zijn
zaakjes niet beter voor zichzelf kan regelen. Dan staat de solidariteit echt op
instorten.”
Om dit gevaar af te wenden, zijn er twee oplossingsrichtingen mogelijk.
Bestrijding van allochtone achterstand zodat op de lange termijn aan betalende
en ontvangende zijde een beter evenwicht ontstaat tussen allochtoon en
autochtoon, is de eerst te noemen richting waarin de PvdA zoekt. Voor de
handliggend maar bij nader inzien kleven hieraan enkele nadelen waar de PvdA
blind voor is.
Het verdrietige is niet dat de PvdA allochtone achterstand wil
bestrijden maar dat voor twee andere, ook door de PvdA erkende,
achterstandsgroepen – vrouwen en ouderen – twijfelachtig is of ze bij ons ooit
nog in vizier komen.
Feminisering van de armoede
Neem de vrouwen. Een tijd lang leek het erop dat de emancipatie van
allochtone vrouwen de derde feministische golf zou vormen. Inmiddels is dit
weer voorbij en is de aandacht van feministische opiniemakers gericht op een
arbeidsmodel van tweemaal 40-uur waarbij alle zorg wordt uitbesteed of het
tweemaal 30-uur of anderhalfverdieners model waarbij het leukste deel van de
zorg – kinderen en koken – nog grotendeels door de ouders zelf gedaan kan
worden. Deze discussie gaat geheel voorbij aan de groei van het aantal
eenoudergezinnen in Nederland (meestal moeder-kind gezinnen) en aan de
voort-schrijdende feminisering van de armoede. Vrouwen zouden gebaat zijn bij
een PvdA die bedenkt hoe het voor een enkele volwassene mogelijk is om zorg en
arbeid te combineren zonder te vervallen tot de staat van working poor.
Ook veel paren zouden overigens baat hebben bij een PvdA die consequent bedenkt
wat de modellen betekenen voor lagere inkomens. Wat niet gebeurt.
Of neem de oudere werkzoekenden. Net als het CDA benadrukken wij vooral
hoe belangrijk het is dat iedereen tot zijn vijfenzestigste betaald werkt en zo
meehelpt om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Veel oudere werklozen
willen dolgraag, hebben genoeg ervaring, een goede werkhouding en de bereidheid
om deel te nemen aan bijscholing: aan hen ligt het niet. Zolang de overheid
niet meer werk maakt van de bestrijding van leeftijdsdiscriminatie en de
werkgevers dwingt om hun verantwoordelijkheid te nemen, blijft de situatie voor
de oudere werkzoekende echter tamelijk uitzichtloos.
De blanke belastingbetalende middenklasser realiseert zich drommels
goed dat hij bij verlies van zijn baan op oudere leeftijd van ons weinig te
verwachten heeft. Als hij de buitenlanders daarover geen verwijten maakt dan is
het voor de handliggend om bij verkiezingen over te stappen naar de SP of de
CU. Als hij meegaat in de aanwijzing van buitenlanders als zondebok, is een
overstap naar de PVV van Geert Wilders een helder signaal.
Wat het nog erger maakt: daar waar in het pré-Fortuyn tijdperk de
gastarbeiders en hun nagekomen gezinnen succesvol om extra aandacht vroegen met
een houding van hulpeloosheid en een beroep op onze afkeer van racisme,
profiteren zij nu buitensporig van onze angst voor een etnische tweedeling,
moslim-fundamentalisme en radicalisering. Juist wij sociaal-democraten, die niet
willen discri-mineren naar ras of geloof en die oprechte voorstander zijn van
integratie, worden zo gemakkelijk gijzelaar van onze eigen goede bedoelingen.
Een zwarte partij is net zo weinig levensvatbaar als een zwarte school.
De Partij van de Arbeid doet er goed aan zich te bevrijden uit deze beklemming
en de aandacht eerlijker te verdelen over alle vragers van solidariteit.
De prijs van publieke voorzieningen
De andere richting waarin de PvdA zoekt naar oplossingen om de erosie van de
solidariteit tegen te gaan, is door ervoor te zorgen dat de blanke belastingbetalende
middenklasser zelf voldoende profijt heeft van de publieke arrangementen. Dat
is een helder uitgangspunt wat steevast vertroebeld raakt in de uitwerking omdat
de PvdA de publieke instellingen niet goed weet te plaatsen tussen markt en overheid.
Of het nu gaat om onderwijs, wonen, zorg of welzijn: de overheid moet
zich bemoeien met de prijs van publieke goederen en de overheid heeft de taak
om de juiste inkomensondersteuning te bieden maar de overheid moet vooral geen
inkomensafhankelijke prijzen toestaan aan organisaties die verzelfstandigd zijn
of overgeleverd zijn aan markt-werking.
De prijs van een publiek produkt of publieke dienst is gekoppeld aan de kwaliteit
ervan en niet aan het loon van de koper. Alleen hogere kwaliteit rechtvaardigt
een hogere prijs. Verbetering van kwaliteit rechtvaardigt een verhoging die boven
de inflatie uitstijgt. Zo niet dan stijgt de prijs van publieke goederen even
hard als de inflatie.
Alleen de overheid doet aan inkomenspolitiek middels
studiefinan-ciering, zorg- en woontoeslag, hypotheekrenteaftrek, kinderbijslag.
De aanbieders van publieke goederen zouden, net zo min als op de echt vrije
markt, inkomensafhankelijke prijzen in rekening mogen brengen of andere
prijsvervuilende ingrepen mogen plegen. Waar het wel gebeurt, zet het de
solidariteit juist verder onder druk. Zo zijn er corporaties die verschillende
huren vragen voor een en dezelfde soort woning afhankelijk van het inkomen van
de huurder. Is de huurder een middenklasser dan betaalt hij niet alleen via de
belastingen mee aan de woontoeslag van zijn arme buurman terwijl hij zelf niet
in aanmer-king komt voor die toeslag. Bovendien bekostigt hij via zijn hogere
huurprijs ook nog eens de korting op de huur van zijn armere buur. Betere
woonkwaliteit krijgt hij er niet voor terug. Het is niet te verdedigen, niet
uit te leggen aan de middenklasser die de dupe is. Dat hoeft ook niet: zijn
portemonnee vertelt hem voldoende over de zegeningen van een politiek die dit
laat gebeuren!
Hier ligt een kans voor de PvdA om in woord en daad een opvatting over solidariteit
uit te dragen waar burgers zich achter kunnen scharen.