Toen Wim Cornelis
in 2001 burgemeester werd van Gouda, trof hij er veel burgers die zich boos of
moedeloos afvroegen of de criminaliteit en de overlast nu werkelijk onstuitbaar
waren. Cornelis is voortvarend aan de slag gegaan en heeft een omslag
bewerkstelligd: zowel in objectieve als subjectieve zin is de veiligheid verbeterd.
Dat de burgemeester enige maanden vóór september 2008, toen Marokkaanse
straatschoffies uit Oosterwei landelijk in de belangstelling kwamen, er samen
met wijkbewoners de geboekte vooruitgang vierde mag voor de buitenwacht
verbazingwekkend zijn, voor ons in Gouda is dat goed te bevatten.
Dit alles voltrok zich zonder
noemenswaardige hulp van het Rijk. In het jaar dat Cornelis aantrad, eindigde
de
artikel-12 status (noot 1) van Gouda en daarmee ook
de intensieve bemoeienis van Den Haag. Gouda is immers geen GSB-stad (noot 2)
en heeft geen Vogelaarwijk. Weliswaar plegen we stedelijke vernieuwing in de
wijken Oosterwei en Korte Akkeren, maar dat gebeurt met inzet van provinciale
middelen.
Oosterwei staat bekend als Marokkaanse flatwijk. Het aangezicht van Korte
Akkeren wordt bepaald door de vooroorlogse architectuur. Ofschoon ook hier veel
Marokkaanse migranten zijn beland, hebben oorspronkelijke Gouwenaars er nog
altijd een sterke binding mee. Het is onze enige echte volkswijk.
In Gouda wilde Geert Wilders na de lancering
van de film Fitna zijn landelijke
discussieronde beginnen. Dat is begrijpelijk: het is makkelijker om
tegenstellingen scherp aan te zetten in een stad met één grote Marokkaanse
minderheid dan in bijvoorbeeld Rotterdam waar meerdere grote minderheden het
samenleven complex maken. Bovendien raakt Wilders ook in Gouda een snaar die wij
van de Partij van de Arbeid liever onberoerd laten omdat we de klank ervan zo
lelijk vinden: die van het autochtone ongenoegen. Jammer is dat. De woedende en
verdrietige woorden die ons bij de PvdA-kraam naar het hoofd geslingerd worden,
verraden een gevoel van verlatenheid. Mensen keren ons de rug toe omdat wij hen
in de steek gelaten hebben.
Neem Yvonne uit de Korte Akkeren. Ze
verdient haar brood met het runnen van een bedrijfskantine. Daarnaast zet ze
zich als vrijwilliger in voor aantrekkelijke en goed ingerichte speelplekken in
de buurt. Daarbij organiseert ze de betrokkenheid van omwonenden als ware ze
een geboren opbouwwerker. Korte Akkeren is háár wijk en toch ook niet meer.
Toen ik een keer vroeg wat haar dan het meest dwars zat, was haar antwoord: ‘In
mijn straat woont een losgeslagen gezin van buitenlandse afkomst. Allerlei
hulpverleners komen daar over de vloer. Prima, het is nodig. Maar intussen kan
mijn jongste zoon nog steeds niet rustig buiten spelen. Voor de oudste twee is
het te laat. Die zijn geen kind meer.’
Niet alleen in Gouda, maar ook in
andere Nederlandse steden vragen wij, PvdA’ers, vele Yvonnes en hun families sinds
jaar en dag om geduld te oefenen en lijdzaam af te wachten totdat wij klaar
zijn met het integratieproject. Klachten over overlast zwakken we vaak af of we
zien ze als aansporing om nog harder ons best te doen. In plaats daarvan zouden
we ook gewoon een luisterend oor kunnen bieden en erkenning. De oorspronkelijke
bewoners van probleemwijken behandelen we als omstanders, terwijl zij het
hebben over hun eigen woonomgeving. We zouden veel meer waardering kunnen tonen
voor degenen die de verkleuring van hun wijk inmiddels als fait accompli beschouwen en die zelf actie ondernemen om de
leefbaarheid te bevorderen. In plaats daarvan richten we bijna al onze aandacht
op de achterstand bij migranten. Dat geeft jaloerse reacties en doet trouwens
aan
beide zijden individuen tekort. Niet alle achterstand is allochtoon, niet alle
allochtonen hebben achterstand. Waarom houden we vast aan de oude koers? Het Samaritanengedrag
van de PvdA wekt net zoveel toorn als slachtoffergedrag van allochtonen.
Die slachtofferrol is al flinke tijd
onderhevig aan de weinig zachtzinnige kritiek van het grote publiek. Bij ons in
Gouda heb ik geconstateerd dat de Marokkaanse migranten pas bakzeil haalden na
de
moord op Theo van Gogh door Mohammed B. Het was overduidelijk dat die laatste
in geen enkel opzicht een ‘slachtoffer’ was, maar een dader. Dat harde feit verbrijzelde
bij veel Marokkanen het gekoesterde zelfbeeld van zielepoot. Verpakt in
rouwbeklag over de hardvochtige sfeer in Nederland gaf menigeen toen tegenover
mij, in mijn rol van raadslid, blijk van inzicht in de onontkoombare betekenis
van deze historische gebeurtenis: het werd tijd om op eigen benen te staan.
De buschauffeurs die in september niet
meer door Oosterwei wilden rijden, hebben in dit opzicht goede nieuwe
ontwikkelingen op gang gebracht. De Marokkaanse migranten in Gouda némen hun
verantwoordelijkheid. Zo worden opvoedingsvraagstukken en problematische gezinsrelaties
niet langer binnenskamers gehouden of vergoelijkt, maar openhartig en in het
openbaar besproken. (noot 3) Evengoed blijkt de houding
van slachtoffer soms taai: regelmatig beluister ik nu de wens van bewoners om
de flats in Oosterwei te slopen en te vervangen door grotere woningen (passend
bij de grote gezinnen of bij de naar sekse gescheiden huishoudens?). Die wens
hoeft
heus niet vervuld te worden om een betere opvoeding van kinderen te
bewerkstelligen. Door zo’n verzoek zwaar aan te zetten leggen ouders opnieuw de
verantwoordelijkheid elders, ditmaal bij de woningcorporaties.
Slachtoffergedrag blokkeert
daadwerkelijke emancipatie en ook bij politici die zich als Samaritanen
opstellen heeft niemand iets te winnen. Voor de PvdA is een grondig partijdebat
rondom integratie een kans om zichzelf te bevrijden van die oude rol. Om dat te
bewerkstelligen behoeft de concept-resolutie van het partijbestuur Verdeeld verleden, gedeelde toekomst
nadere uitwerking, vooral van het tweede deel van de titel: hoe ziet die
gedeelde toekomst eruit? Hoe leven wij samen als de acute integratieperikelen
die
nu zo in de schijnwerper staan zijn opgelost?
Ik stel mij voor dat specifiek
beleid voor etnische doelgroepen dan niet meer bestaat en dat we gemengd wonen,
werken, leren, sporten, spelen. Uit dit eindbeeld volgen vanzelf de
tussenstappen die we moeten zetten: geleidelijke afschaffing van gescheiden
activiteiten (inclusief de aparte inburgeringscursussen voor mannen en vrouwen
– een scheiding die in de resolutie nog positief wordt beoordeeld) en
tegelijkertijd uitbreiding van gemengde activiteiten. Integratie is niet iets
om
mee te eindigen maar iets om mee te beginnen.
Op dit moment heeft onze partij,
zoals gezegd, te weinig aandacht voor de ‘doeners’ in allerlei buurten. Neem de
witte ouders die bewust hun kinderen naar zwarte scholen sturen of – een
voorbeeld uit mijn eigen woonbuurtje - de spelleider die samen met bewoners het
gemengd spelen van kinderen van de grond heeft gekregen. Het gebeurt omdat de
burgers er rijp voor zijn, niet als resultaat van enig beleid dat we
hieromtrent geformuleerd hebben.We kunnen het beter wél omarmen met beleid,
steun geven, op de voorgrond plaatsen en zo de toekomst naar ons toe halen.
Als dat gebeurt, heb ik een verhaal
dat álle bewoners van Oosterwei en de Korte Akkeren goed in de oren klinkt.
Noten
1. Een gemeente met een artikel 12-status is door het Rijk onder
financiële curatele gesteld vanwege een structureel slechte financiële situatie:
tegenover extra geld staat streng financieel toezicht. Gouda heeft vanwege de
hoge onderhoudskosten, die voortvloeien uit de slechte bodemgesteldheid,
veertig jaar lang onafgebroken de artikel 12-status gehad.
2. GSB: grotestedenbeleid.
3.
Voor een haarscherpe bespreking,
zie de open brief aan Marokkaanse ouders van Rabiaa Bouhalhoul in de bijlage
‘Onder Marokkanen’ van de Volkskrant,
10 december 2008.