|
De Volkskrant, Opinie & Debat, 16 april
2010
We weten niet welke gemeenten
het meeste geld hebben
Jaarlijks publiceert het ministerie
van Binnenlandse Zaken een overzicht van de algemene uitkering per inwoner,
die door het Rijk aan alle Nederlandse gemeenten is verstrekt. De algemene
uitkering is de grootste bron van inkomsten voor gemeenten.
In 2009 zaten bij de tien topontvangers
niet alleen de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht
maar ook vier van de vijf Waddeneilanden. (Texel stond op de 18de plek.)
Zes plaatsen uit de toptien hadden minder dan tienduizend inwoners.
Helemaal bovenaan stond Schiermonnikoog
met 2.771 euro per inwoner, Amsterdam was derde met 1.957 euro. Op plaats
honderd, net onder Den Bosch, stond Steenwijkerland met 1.012 euro en
onderaan bungelde Pijnacker-Nootdorp met 726 euro.
Natuurlijk hebben gemeenten
ook andere bronnen van inkomsten. De onroerende zaakbelasting (OZB)
krijgt veel publiciteit maar is relatief van geringe omvang. De grote
bedragen komen van elders. Van overige uitkeringen en subsidies, zoals
in het kader van het Grotestedenbeleid, of van winstgevende grondexploitaties.
Om te bepalen welke gemeenten
per saldo het sterkst zijn en de zwaarste lasten kunnen dragen, zou
er gekeken moeten worden naar de ranglijst van gemeenten op grond van
de totale begroting gedeeld door het aantal inwoners. Díe ranglijst
is er niet: ik heb inmiddels zo langdurig, uitgebreid en tevergeefs
ernaar gezocht, dat mij geen andere conclusie rest.
Als raadslid krijg ik rond
deze tijd veel jaarrekeningen van organisaties toegestuurd. Ik kan in
een oogopslag zien wat er bij hen omgaat. In de krant lees ik steeds
rond Prinsjesdag wat de totale begroting van het Rijk is.
Maar inzake gemeenten is blijkbaar
niemand geïnteresseerd in overzicht en onderlinge vergelijking van
de eindcijfers. Zolang dit voortduurt, weten we dus ook niet hoe we
de last van de aankomende bezuinigingen eerlijk kunnen verdelen over
Nederlandse gemeenten.
Anita Engbers
PvdA raadslid in Goud |