Bureau Bakstenen & Buitenruimte (KvK-nr. 60713879)
ondersteuning en advies bij huurdersbelangenbehartiging

Actief lid van de Partij van de Arbeid
en burger van Gouda

Marktconforme huren voor gemeentelijk vastgoed

Geschreven op 10 feb. 2011

Enige jaren geleden hebben we als gemeente ons bezit geïnventariseerd en besloten, dat we sommige panden zoals het stadhuis op de Markt natuurlijk wilden behouden maar dat we andere panden actief zouden proberen te slijten aan de huurder of aan een derde partij. De inkomsten uit verkoop konden we goed gebruiken om de gemeentebegroting rond te krijgen.

Bij verhuur van de te behouden panden is aan het college ruimte geboden voor het in rekening brengen van marktconforme huren. Daarbij is verzuimd om te bepalen bij welke markt moet worden aangesloten: die van commercieel vastgoed, dat wordt verhuurd met het oogmerk om winst te maken; of die van soortgelijk niet-commercieel vastgoed elders? (In het laatste geval houden we bijvoorbeeld voor buurthuizen een huurprijs aan, die voor buurthuizen gebruikelijk is.) Evenmin zijn in de raad heldere afspraken gemaakt over de relatie tussen de huur, die de gemeente in rekening brengt, en de subsidie, die wordt verstrekt. Noch is stilgestaan bij de inkomsten uit verhuur in relatie tot de uitgaven aan onderhoud en de afschrijvingen. Hoe willen we dat die posten zich tot elkaar verhouden?

Het is tijd om daar antwoord op te geven nu we als gemeente rond moeten zien te komen van minder geld. Aan de hand van enkele bekende gevallen laat zich dat goed verduidelijken. De gemeente bespaart op het nieuwe huis van de stad nabij het spoor: het is goedkoper om ons personeel te huisvesten in een eigen pand dan in de diverse huurpanden, waar de ambtenaren nu in zitten. Dat argument gaat natuurlijk ook op voor organisaties waaraan we subsidie verstrekken. Het is goedkoper om hen tegen een kostendekkende huur te huisvesten in ons eigen bezit dan om die instellingen naar commerciële vastgoedverhuurders te verwijzen. Want zij zijn in het tweede geval een groter bedrag kwijt aan huur en zullen dat doorvertalen in de aanvraag van subsidie. Dat kun je oplossen door ze te laten snijden in hun activiteiten maar dat is raar. Ons geld is immers niet op de eerste plaats bedoeld om private verhuurders rijk te maken maar om uit te geven ten behoeve van de stad en de mensen, die er wonen: hoe meer activiteiten, des te beter.

Maar wat als sommige van je panden heel kostbaar zijn, zoals het pand van museumgoudA? Natuurlijk kan de gemeente de huur van het huidige pand verlagen en de subsidie navenant bijstellen. Gevoegd bij het eigen bezuinigingsvoorstel van de nieuwe museumdirecteur bezorgt dat de wethouder cultuur de voorgenomen bezuiniging. De wethouder vastgoed schiet daar evenwel niets mee op en voor de totale gemeentebegroting is deze vestzak-broekzaak ingreep betekenisloos. Andersom kan ik wederom geen argument bedenken om ons vastgoedprobleem dan af te wentelen op de culturele activiteiten van het museum. Dat er iemand moet bloeden omdat ons totale vastgoedpakket nog steeds te omvangrijk en dus te duur is, dat is onvermijdelijk maar is het dan niet beter om de pijn eerlijk te verdelen over al onze huurders?

Bij panden, die we hebben verkocht, zijn de gevolgen verschillend. Huurders, die eigenaar zijn geworden, hoor je niet klagen. Huurders, die in handen van een andere verhuurder zijn overgegaan, profiteren daar soms wel degelijk van (zoals de gebruikers van de Bühne in Oud-Achterwillens). Anderen piepen. Op een van de bezuinigingsbijeenkomsten van het college werd ik getroffen door de huurgeschiedenis van So What, zoals de aanwezige bestuursleden die in twee, drie zinnen uit de doeken deden. Ooit betaalde So What slechts één gulden per jaar aan huur. Deze verborgen subsidie werd omgezet in produktsubsidie en de produktsubsidie werd vervolgens afgebouwd naar nul. Daarna heeft de gemeente het pand van So What verkocht aan een van de grotere Goudse corporaties en nu betaalt So What zo'n tienduizend euro huur per kwartaal. So What behoort tot de kleinere kernpoppodiums van Nederland en is daarvan het enige dat niet gesubsidieerd wordt en volledig op vrijwilligers draait. Doordat So What vanwege de financiële risico's niet meer de bands kan boeken, die het graag zou willen boeken, wordt de identiteit van So What aangetast. Gaat So What aan de markt ten onder? Wat moet dat straks worden met de buurthuisactiviteiten in de multifunctionele accomodaties in Gouda Oost en de Korte Akkeren. Kunnen die dan nog wel uit? Of gaan de corporaties over de hele linie hun huurprijzen van bedrijfsruimte verlagen als de marktvraag daartoe aanleiding geeft?

En als de corporatie So What behoedt van de ondergang; blijven wij dan uitknijpen of houden wij met onze huren ook voldoende rekening met de financiële armslag van verenigingen zoals De Pionier of Show- en Jachthoornkorps Emergo, die geheel op vrijwilligers draaien en geen cent structurele subsidie van de gemeente ontvangen? Tussenbeide: wie richt er voor culturele amateurverenigingen een koepel op, zoals de VGSO, de Vereniging van Goudse Sportorganisaties, waarmee de wethouder sport zijn huurbeleid afstemt? Wat kunnen zorginstellingen of scholen betekenen voor clubs op zoek naar ruimte? Kortom: de vastgoed- en huurproblematiek vraagt om vele antwoorden, grotere inzichtelijkheid en helder beleid. Laten we alvast beginnen met het schrappen van de term "marktconform".