Bureau Bakstenen & Buitenruimte (KvK-nr. 60713879)
ondersteuning en advies bij huurdersbelangenbehartiging

Actief lid van de Partij van de Arbeid
en burger van Gouda

De volhouders van de Woonwagenbewonersvereniging Gouda

Geschreven op: 18 januari 2017

Begin 2014 vroegen enkele Goudse woonwagenbewoners me om hen te helpen bij de gesprekken met de eigenaar van hun standplaatsen, de gemeente Gouda. Ik stelde voor om een echte huurdersorganisatie te beginnen. Want de gemeente Gouda verhuurt meer dan 25 standplaatsen en dat betekent dat de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) geldt. Huurders, die zich verenigen, kunnen op grond van deze wet aan hun verhuurder vragen om erkend te worden als enige overlegpartner inzake huurdersaangelegenheden.

Natuurlijk realiseerde ik me wel dat de gemeente officieel geen corporatie is maar een particuliere verhuurder. Je kunt veel kritiek hebben op corporaties maar als het om huurdersparticipatie gaat, dan doen ze het stukken beter dan particuliere verhuurders. Ik verkeerde evenwel in de naïeve veronderstelling dat de gemeente Gouda zich anders zou gedragen dan de doorsnee particuliere verhuurder en als overheid juist het goede voorbeeld zou willen geven door het initiatief te omarmen. Ik sprak de woonwagenbewoners bemoedigend toe: ‘Je zult zien dat de wet zich niet altijd tegen jullie keert. Soms is die ook vóór jullie.’ Ik heb me zelden zo verkeken op een zaak.

Want tjongejonge; de gemeente legde kilo’s zout op alle formele slakken, die voorbij kwamen kruipen. Met behulpt van het Juridisch Fonds van de Woonbond, notaris Wagener uit Gouda en de landelijke Geschillencommissie Wohv kwam er toch schot in de zaak en kon de gemeente er niet meer onderuit om de vereniging officieel te erkennen als enige overlegpartner. Dat was ruim twee jaar na de start.

Ook inhoudelijk wordt tot op de dag van vandaag alles uit de kast getrokken om maar niet serieus in te hoeven gaan op de gerechtvaardigde wensen en verzoeken van de hurende woonwagenbewoners. Daarbij verschuilt de gemeente Gouda zich achter Rijksbeleid. In de kern komt dat hierop neer: Na afschaffing van de Woonwagenwet wordt aan woonwagenbewoners geen standplaatsvergunning meer verstrekt maar wordt met hen een huurovereenkomst gesloten. (Soms ook een koopovereenkomst maar dat terzijde.) Een huurovereenkomst voor een standplaats is juridisch gezien gelijk aan een huurovereenkomst voor een stenen huis. En dus maakt het Rijk ook geen verschil meer tussen een standplaats en een stenen huis. Apart beleid voor woonwagenbewoners kan gerust weg en Gouda gaat daarin zelfs zo ver dat iedere woonwagenbewoner mag inschrijven op een stenen huis en iedere niet-woonwagenbewoner mag inschrijven op een standplaats.

Dat is natuurlijk een absurde redenering. Vervang in de drie laatste zinnen van de vorige alinea de woorden ‘woonwagenbewoner’en ‘standplaats’ door ‘mensen met een lichamelijke beperking’ en ‘aangepaste woning’ of door ‘ouderen’ en ‘zorgwoning’en het wordt meteen duidelijk. Voor sommige groepen van bewoners bestaan bijzondere woonvormen en daar gaan we terecht zuinig mee om.

In het begin kon ik nauwelijks geloven dat ik dit echt meemaakte en daarna werd ik er heel erg boos over. Tenslotte heb ik het aangenomen voor wat het is: structurele, intensieve en langdurige tegenwerking van burgers door hun overheid. Een overheid die zich donders goed realiseert dat verzet van woonwagenbewoners averechts werkt. Verzet bevestigt de vooroordelen en moedigt het treiterbeleid juist aan. ‘Welkom in onze wereld.’ zei Nissy tegen me, ‘Dit is wat wij al ons hele leven meemaken.’ En toch houdt zij vol zolang ik volhoud. Dat is voor mij best lastig want de gemeente Gouda verschaft de vereniging zo weinig financiële middelen dat ik nog geen tien procent van mijn werkzaamheden kan factureren. Maar gelukkig is een van mijn lijfspreuken: Onder druk wordt alles vloeibaar behalve Anita Engbers.

En dus heb ik de vereniging geholpen om naar het College voor de Rechten van de Mens te gaan met het verzoek om een uitspraak over de handelwijze van de gemeente Gouda én die van het Rijk. Het is de eerste keer dat woonwagenbewoners om een uitspraak over het Rijksbeleid vragen. Het Nederlandse Juristen Comité voor de Mensenrechten heeft over de kwestie al zijn licht laten schijnen. Zie: http://pilpnjcm.nl/pilp-intervenieert-in-procedure-over-woonwagenbeleid-bij-college-voor-de-rechten-van-de-mens/

Op 16 februari 2017 is de zitting bij het College voor de Rechten van de Mens. Ik heb goede hoop dat het College met een uitspraak komt, die het tij zal doen keren. Dat de aanhouder wint.