Bureau Bakstenen & Buitenruimte (KvK-nr. 60713879)
ondersteuning en advies bij huurdersbelangenbehartiging

Actief lid van de Partij van de Arbeid
en burger van Gouda

Veel geschreeuw, weinig wol in bestuurlijk Amsterdam

Geschreven op 15 jan. 2023

Van juli 2018 tot en met december 2022 heb ik gewerkt bij stichting !WOON in Amsterdam. Een bevlogen organisatie met fijne collega’s. Ook aan de Amsterdamse huurders, die ik er ondersteunde, bewaar ik goede herinneringen. Van de corporaties had ik bij voorbaat al geen hoge dunk. Bij de gestage afbraak van de sociale huursector speelden ze immers een voortrekkersrol. Het is vanuit Amsterdam dat de lobby voor tijdelijke huren op gang kwam. En ook tijdens mijn periode bij !WOON bevestigden ze mijn negatieve oordeel, bijvoorbeeld door het gemak waarmee ze een Nibud rapport over de onbetaalbaarheid van het wonen voor Amsterdamse huurders van tafel veegden.

Voor behoorlijk openbaar bestuur moet je evenmin in Amsterdam wezen, heb ik gemerkt. Anders kan ik niet verklaren wat ik meemaakte op een van mijn laatste werkdagen bij !WOON.

 

De heer V. medior jurist van het Juridisch Bureau van de gemeente Amsterdam opent de hoorzitting van de commissie voor de bezwaarschriften via Teams. Hij valt meteen met de deur in huis: ‘Mevrouw Engbers, u stuurt een kwartier voor deze zitting uw pleitnota toe. Natuurlijk heb ik geen tijd gehad om die door te nemen en ik ga u ook niet toestaan om deze voor te lezen. Ik ga vragen stellen waarop u mag antwoorden.’ Hoofd koel en rug recht houden. ‘Ik ben zelf lid van de commissie voor de bezwaarschriften geweest in mijn woonplaats Gouda en daar was het gebruikelijk om ter zitting een pleitnota te overhandigen maar nu vanwege Teams heb ik gekozen om de pleitnota te mailen.’

Het is ook echt niet raar dat ik een pleitnota heb opgesteld. Twee weken voor de zitting kreeg ik het vermoeden dat ik niet over het volledige dossier beschikte en had ik de woongroep, die het bezwaar had ingediend, daarnaar laten informeren bij V. Hij stuurde in reactie daarop onder andere een interessante mailwisseling van hemzelf met de advocaat van de verhuurder Yvastgoed B.V. Samen met de andere nagekomen stukken gaf dit mij aanleiding tot een aanvullende motivatie van het bezwaar.

Maar V. bluft dat de gemeente Amsterdam de handelwijze van de rechtbank Amsterdam volgt die niet toestaat dat stukken vers ter zitting worden aangeboden. ‘En verder, mevrouw Engbers, wens ik op te merken dat u hier niet bij bent als gemachtigde maar als toehoorder.’ Aiai, nog meer spitsroeden lopen. De woongroep heeft mij namelijk wel degelijk gemachtigd om namens hen het woord te voeren. Het stuk zit bij V. niet in het dossier. ‘Het kan zijn dat die niet in uw dossier zit maar dat wil nog niet zeggen dat de machtiging niet is toegestuurd.’ Alsof het maar half tot hem doordringt, biedt hij aan dat de woongroep een nieuwe machtiging maakt en toestuurt. Onacceptabel: ‘We gaan geen nieuwe machtiging opstellen. Het enige dat we willen doen is de reeds toegezonden machtiging nog eens nazenden.’ Eindelijk haalt hij bakzeil en vraagt aan zijn stagiaire H. of ze er nog eens naar wil zoeken. Na enkele minuten wordt de machtiging toch aangetroffen.

De toon is wel gezet. En ook heb ik genoeg tijd gehad om me aan te passen aan de situatie dat V. die ik tot dan toe had gehouden voor de secretaris van de commissie voor de bezwaarschriften zélf de commissie vormt. Een eenmanscommissie. H. maakt het verslag.

 

Aan de orde is de afgifte door de gemeente van een peildatum. Yvastgoed had de huur van de woongroep opgezegd wegens dringend eigen gebruik en de peildatum aangevraagd. Vanaf die datum hebben de huurders van de aangewezen huisnummers stadsvernieuwingsurgentie. Ze mogen dan gedurende achttien maanden bij voorrang reageren op vrijgekomen sociale huurwoningen van alle Amsterdamse corporaties. Omdat Yvastgoed, dochterbedrijf van Ymere, geen corporatie is maar een B.V. werd de aanvraag toegewezen op grond van regels die door de gemeenteraad zijn vastgesteld en alleen gelden voor particuliere verhuurders. Per aanvraag kunnen volgens die regels maximaal vier huishoudens stadsvernieuwingsurgentie krijgen maar met toepassing van de hardheidsclausule was de urgentie verleend aan alle zeven huishoudens van de woongroep. Dat was precies 9,5 maanden voor de hoorzitting gebeurd.

De woongroep betwist dat er dringende redenen zijn om de huurovereenkomst op te zeggen en daarom heeft Yvastgoed hen gedagvaard. Dat er tegelijkertijd een peildatum is aangevraagd is in afwijking van de set afspraken die de gemeente Amsterdam gemaakt heeft met de corporaties en hun huurdersorganisaties over huurdersparticipatie bij sloop en renovatie. En dan met name de afspraak dat een verhuurder de aanvraag van een peildatum aanhoudt als de huurders niet akkoord zijn met het opzeggen van de huurovereenkomst. Dan wordt daarmee gewacht totdat de rechter uitspraak heeft gedaan.

Yvastgoed had zich in het overleg met de woongroep vrijwillig gebonden aan de hele set van afspraken maar wilde blijkbaar toch niet wachten op de uitkomst van de juridische procedure. En de gemeente was daarin meegegaan. Het bezwaar van de woongroep richt zich tegen de gemeente. Die heeft immers de peildatum afgegeven.

Onbegrijpelijk. Yvastgoed heeft voldoende woningen in bezit om de woongroep een passend aanbod te doen. De afgifte van de peildatum is vooral hard voor de huurders omdat ze daarmee onder druk worden gezet: kunnen ze gokken op een voor hen gunstige uitspraak van de rechter? Maar stel dat ze van de rechter weg moeten en dan nog maar een paar maanden urgent zijn? Wat is verstandig om te doen? Zenuwslopende onzekerheid.

 

Uit het verloop van de zitting blijkt dat V. zich niet goed realiseert dat het bezwaar zich richt tegen het besluit van de gemeente. Meermaals verzekeren hij en de eveneens aanwezige advocaat van Yvastgoed dat er geen draagvlak nodig is voor het opzeggen van de huurovereenkomst. Alsof dat in deze procedure relevant is.

Ook verder gebeuren er ter zitting zaken die duidelijk maken dat het bezwaar op voorhand weinig zal uitrichten. Zo had ik in de verordening van de commissie voor de bezwaarschriften gelezen dat gekeken wordt of mediation mogelijk is. Een voorstel daartoe staat in mijn pleitnota en kan ik gelukkig ter sprake brengen als antwoord op een van de vragen van V. Alweer komt hij met een verbazingwekkende reactie: ‘Daar is het nu te laat voor, mevrouw Engbers.’ Ik ben te verbluft om hem erop te wijzen dat het initiatief voor mediation bij hemzelf lag.

De ambtenaren laten vervolgens doorschemeren dat de periode van stadsvernieuwingsurgentie verlengd kan worden. Dat is van hun kant de bijdrage die me het gevoel geeft dat ik in een gekkenhuis beland ben. Het is namelijk de gemeenteraad die in de Huisvestingsverordening vastlegt hoelang de urgentie duurt. De mogelijkheid van verlenging komt er niet in voor. Zouden Amsterdamse ambtenaren niet weten dat ze zich te houden hebben aan wat er in de verordening staat?

Maar afijn, ik grijp ook deze strohalm en suggereer V. dat hij aan B&W zou kunnen adviseren om de termijn te verlengen met het aantal maanden tussen de afgifte van de peildatum en uitspraak van de rechter. V. meent echter dat het niet kan omdat hij geen besluit in primo mag nemen. Dat klopt. Het College van B&W neemt een besluit op advies van de commissie voor de bezwaarschriften. Daarom zei ik dus ook dat hij het zou kunnen adviseren.

Op het eind van deze klucht blijkt dat sommige leden van de woongroep niet staan ingeschreven als woningzoekende. Corporaties verzorgen kosteloos de inschrijving bij Woningnet voor huurders die stadsvernieuwingsurgentie hebben en nog niet als woningzoekende staan ingeschreven. Yvastgoed en moederbedrijf Ymere hebben dat 9,5 maanden later nog steeds niet in orde gebracht.

 

Het bezwaar, u raadt het al, is ongegrond verklaard. Niet ondertekend door een wethouder maar door de Directeur Wonen.